‘Ach, Jesse toch!’

‘Ach, Jesse toch!’

In de hier aangekondigde politieke beschouwing met de titel ‘Ach, Jesse toch!’ beklaagt de auteur het noodlot der groene helden. Tweeduizend jaar geleden nog plachten de bewoners van deze streken in tijden van nood hun aanvoerders op het schild te heffen en daarmee dan hossend binnen hun kwetsbare paalomheining rond te zeulen. Een wat netelige positie voor de held-in-wording die van hem veel evenwichtskunst vroeg. Wat hem daarbij hielp was zelfoverschatting. Een beetje beneveling hielp ook, door inname van geschikte stofjes en drankjes. En wat vooral hielp was de beneveling door de plotse heldenverering-op-krediet door juichende omstanders.
Door de regisseurs van de ingezette campagne (of dat nou druïden waren, verknipte tantes of afgestudeerde politicologen) worden aan zo’n redder-in-spé allerlei eigenschappen toegedicht die hij bij zichzelf eerder niet had durven bevroeden en die hem nu opeens boven het maaiveld doen uitsteken, de onoverwinnelijkheid komt weldra al in zicht en er is goede kans dat hij dat zelf ook een beetje zo gaat zien. In ieder geval oefenen ze met hem voor spiegel en camera tot hij zonder met de ogen te knipperen in hooguit een halve minuut, vriendelijk maar beslist, hun geprepareerde riedeltjes en oneliners ten beste geeft. Tussen dapper zijn en een wazig beeld hebben van je eigen sterktes en zwaktes ligt immers maar een heel dunne grens.
Hoezo er opeens plaats is voor nieuw-linkse (en niet te vergeten: rechtse) leiders? Gevestigde bestuurderspartijen (o.a. die van sociaal-democratische snit) verliezen in nogal wat westerse landen rap hun achterban. Een fenomeen dat dus ook om een grensoverstijgende verklaring vraagt, niet iets dus wat alleen hier te lande gebeurde; de hooguit mee-resonerende nationale populariteitspolls zijn in die zin meestal nogal misleidend. Vaak hebben de pragmatisch-idealistische sociaal-democraten zich ieder in hun eigen land uitgesloofd om de akelige kanten van mondialisering wat bij te schaven en vooral verbaal te verdonkeremanen. Ze hebben in hun bestuurdersmanie de neo-liberale bezuiningsdrift verinnerlijkt en dat ‘modernisering’ genoemd. Feitelijk zijn ze zodanig van hun koers geraakt, dat het bedrijfsleven voor de goedkoopste arbeid niet langer hoeft uit te wijken naar de derde wereld: die kan nu ook ingekocht worden bij de bewoners van wat deze politiek verkrampte weldoeners ‘kansenwijken’ zijn gaan noemen. Het enige wat nu nog uitwijkt is het zo snel accumulerende grootkapitaal.
Nu koopt vooral de sociaal-democratische achterban haar leiders hun links-liberale watersoep niet langer af en zwenkt uit: naar links én (voor gemiddeld een kwart) naar rechts, dus ook wel naar de Groenen. In Vlaanderen, in Duitsland en dus ook hiero. Het resultaat neigt in alle gevallen (links zowel als rechts) naar populisme en dat kan best link uitpakken. De vraag of de mensheid wel van haar geschiedenis leert, wordt zo weer reuze actueel en de twijfels daarover rijzen, óók bij links heldendom.
Eerste groene gezichten zijn in de nieuwe kansrijke omgeving al gespot: van hen die in positie worden gebracht, mocht daar straks inderdaad macht wordt veroverd. Figuren die nu nog denken, in de slipstream van hun opgepimpte leider allerlei idealen te gaan waarmaken. Ook hun bootjes zullen zonder twijfel gekeerd gaan worden door de hyperkapitalistische wal der ‘objektiven Verhältnisse’. Waarna de teleurstellende historische afloop van de hele campagne uiteindelijk toegeschreven gaat worden – zo het verleden zich herhaalt en hoezo niet –  aan destijds (nu dus) niet tijdig herkende persoonlijke tekortkomingen van de eerst nog zo opgefokte en bewierookte helden. En dat kan dus zo maar weer eindigen in karaktermoord. Ocharm.

Terug naar het publicatie overzicht