‘Gewoon tegen de muur op het Hemelse Plein’* (trailer reeks ‘Hemelvaarten’)

‘Gewoon tegen de muur op het Hemelse Plein’ is de trailer voor een reeks post mortem onthullingen en inzichten-achteraf, opgetekend uit de mond van ‘hen die ons reeds voorgingen’.In de sporen van Vonnegut (kwaadwillenden spreken van plagiaat, nouja) werkt de auteur zich keer op keer door tot bij de hemelpoort. De daarvoor noodzakelijke bijna-dood-ervaringen houdt hij – anders dan Kurt – liever in eigen regie, zonder de charlatan dr. Jack Kevorkian met zijn regelmatig haperende onvrijwillige euthanasie bij Amerikaanse terdoodveroordeelden. Nee, de zelf kwistig gehanteerde eigen insulinepen voert hem dra door de betegelde hemelse gang richting christelijk-joods hiernamaals, de slim bijgestoken zoete koekjes staan daarna in voor een nipte terugtocht.Afwijkend van Kurt V. maakt de auteur melding van een lawaaiige, drekkig-vochtige en donkere roundabout met aan Hemelpoortkant flarden van zoetgevooisd tweestemmig gezang en wierook, van de bruisende overkant overstemd door heavy metal, de hete geur van verschroeiing en van joints.Glibberend over kaarsvet, injectienaalden en wegwerpdoekjes overweldigt hem op dit schaars verlichte plein de informele economie van het gevleugelde dienstverlenend personeel. Eeuwig vaste aanstellingen zitten er voor hen niet in, aan weerskanten niet. Wel is er wekelijks een individuele beoordeling via ingezamelde punten voor cliënttevredenheid. Buiten de poorten bieden ze allerlei dubieuze … Meer lezen‘Gewoon tegen de muur op het Hemelse Plein’* (trailer reeks ‘Hemelvaarten’)

‘M = Man (kan ook zijn: Moeder); V = Vrouw (kan ook zijn: Vader)’

‘M = Man (kan ook zijn: Moeder); V = Vrouw (kan ook zijn: Vader)’ biedt een doorkijkje in de keuken van grootschalige dataverzameling. In hoeverre liggen miscommunicatie, meet-, kodeer-, pons- en tikfouten, de handling van missings en ongelukkige datatransformaties unintended en unconscious ten grondslag aan baanbrekende inzichten? Worden de eigenaardigheden van de moderne onderzoekstechnologie tot verklarende factor in significantietests? En vervolgens uit correlaties ondoordacht conclusies getrokken van het type oorzaak-gevolg, liefst ook nog met een bij de naïeve verwachtingen passend pijltje? Wat te doen als collega X nachtenlang heeft zitten ploeteren op de moeilijk te interpreteren analyseresultaten van een bij nader inzien verkeerd genummerde serie variabelen en de uitkomsten moeizaam, maar fantasierijk van interpretaties heeft voorzien terwijl het budget voor het project intussen al ruim is overschreden? Shit happens. Onthullingen en bekentenissen dus tussen ponskaart en voorpaginanieuws. Nu hij met pensioen is, dacht de auteur een boekje open te doen. Oud-collega’s houden hun hart vast: “Laat dat nou maar even zitten, man“.

‘Net niet zalig verklaard’

In ‘Net niet zalig verklaard‘ (een wel erg verlaat in memoriam, steunend op een dramatisch verbleekt en grotendeels verdrongen geheugen) pogen vele familieleden mamma Martha gezond te bidden. Een kankergezwel aan haar dijbeen wordt wel heel fors bestraald in het ziekenhuis van Heerlen. Ze vreest terecht haar eigen einde, na het zojuist nog intens begeleide ziekbed van zowel haar eigen als haar schoonmoeder, ook al kankerslachtoffers. Haar broertje, oom Carel maakt een dappere noveen naar De Sterre der Zee in Maastricht, waar hij op de koffie bij zijn schoonzusje niet durft te gaan zitten, bang dat hij dan niet meer verder kan. Broer Giel kostert luidkeels Jezus en vooral Maria haast vloekend het vuur na aan de schenen, met achter zich zijn neefjes, knielend op de altaartrappen.De nonnen van het Heerlense ziekenhuis zetten de beide zoontjes op het spoor van hun overleden baas, de dorpsarts Frans de Wever: mocht op diens voorspraak een ongeneeslijk zieke op voorbede van deze dorpsjongetjes worden gered, dan is er een heus dossier voor zijn Roomse zaligverklaring! Het wil niet baten, het één noch het ander.Broer Hein doneert ‘voor studie van de jongens’, het oudste zoontje verzamelt voor de hemelse zekerheid tig volle aflaten en vraagt … Meer lezen‘Net niet zalig verklaard’

‘De genade van het woonadres’

In ‘De genade van het woonadres’ verzorgt oma Mina begin jaren dertig tijdelijk haar zieke vader Kutsch in zijn woonhuis in het Duitse deel van Vaals, nog geen twintig meter voorbij de Nederlandse grens. Haar oudste zoon Leo bezoekt daardoor noodgedwongen de leerjaren drie en vier van de deutsche Grundschule; voordien en nadien zat hij op de min of meer Nederlandstalige Aloysiusschool, vijf minuten lopen aan Nederlandse kant. Met dan eigenlijk alleen lager onderwijs (dertiger jaren: pa Peter werkloos, wel ULO-advies maar centjes binnenhalen heeft voorrang) en haperend Nederlands treedt hij dan zijn Nederlandse dienstplicht aan, eind ’39 aan de Hollandse kust. Verloven worden meteen al ingetrokken; het koude angstzweet druipt van de verzonden briefkaarten naar zijn Vaalser kameraden van de Katholieke Jonge Werkman.Daadwerkelijk geschoten vanaf zijn luchtafweergeschut, dat heeft hij dus nooit. De eerst overkomende Duitse piloot (het had zomaar zijn bloedeigen neef kunnen zijn, van iets verderop in de Akener-/Vaalserstraat, uit het Duitse deel) vliegt doodleuk door, keert dan hoogst professioneel op 10 mei bij Scheveningen (op zo’n spitsvondigheid waren ‘onze jongens’ niet ingeoefend) en nadert nu van achteren; de mitrailleurkogels zitten van schouder tot kuit, sommige nog jaren. Maanden later pas druipt de verslagen Nederlandse soldaat dan … Meer lezen‘De genade van het woonadres’

‘Zeeën van zaad’

In ‘Zeeën van zaad’ geeft de auteur er straks rekenschap van dat zo te zien uitgehongerde en deels kaalgeharste Siberische meiden menige uitgebluste relatie alhier behoeden voor fatal tensions dankzij de digitalisering en de moderne media. Zo goed als onbaatzuchtig en met volle fysieke inzet weten zij de hormonale stress ook op geanonimiseerde afstand af te laten vloeien. Maar: moet nu heus alle overwinst van hun digitale toegankelijkheid naar de rekening van Iwan die door alle kortdurende inzetbaarheid voornamelijk gestresst bezig is met de selectie van nieuwe medewerksters en zo niet aan duurzame nazorg toekomt? Valt er door alle anoniem toegeschakelden die min of meer kampen met zich herhalende wroeging, alsnog iets goed te maken, rechtstreeks naar die kortdurend geadoreerde meiden zelf? Hun inzet is immers, meer nog dan die van profvoetballers, sterk begrensd door zeg maar levensfasen: wat moeten ze verderop in hun leven, als hun voornamelijk fysieke ruilwaarde is weggekwijnd? Een stiekeme pornotax, taboedoorbrekend en emancipatoir geframed, pragmatisch-feministisch ingekleurd? Of zomaar, eerlijke alternatieve ruilhandel op zijn Bonoboos, maar dan meer uitgesmeerd in de tijd? Boetedoening alhier in de vorm van een persoonlijk leninkje bij wijze van aflaat voor startend kleinschalig ondernemerschap, daarginds op de afgelegen toendra, zo na … Meer lezen‘Zeeën van zaad’

‘De nacht dat de bovengrens omlaag kwam, of eigenlijk: omhoog’

In ‘De nacht dat de bovengrens omlaag kwam, of eigenlijk omhoog’ steeg het Normaal Amsterdams Peil in luttele uren tientallen meters. De auteur waagt zich hier met gepast realiteitsbesef aan wat sommigen als pure science fiction mogen betitelen, maar dat hangt heus nog. In ieder geval werd geen vluchteling noordelijk van Roermond – naar met nu officieel zegt: bij gebrek aan opvangcapaciteit, maar naar men elkaar in het dialect toefluistert: vooral vanwege de uit ruime ervaring gebleken geringe kans op culturele integratie – tijdig toegang gegund tot de zuidelijk gelegen plateaus, toen de voorspelde opwarming van de aarde hem toch nog heel onverwacht en hals over kop hogerop joeg richting Zuiden. Hoe hen tijdig tegen te houden, daarmee was op Europese schaal inmiddels – vanwege onze buitengrenzen – geniepig veel ervaring opgedaan, bijzonder pragmatisch en adequaat. Solidariteit en aardig zijn, dat zijn idealen die op zo’ n moment even aan kant moeten, al is het maar tijdelijk, langer hoeft ook niet. En op nationale solidariteit viel vanuit de voormalige wingewesten sowieso niet te rekenen, dat werd opeens overduidelijk. Met recht kan voortaan gezongen worden dat ‘heel Holland Limburgs lult‘, hoewel het hele begrip Hollands natuurlijk wel in onbruik raakt, soms … Meer lezen‘De nacht dat de bovengrens omlaag kwam, of eigenlijk: omhoog’

‘Langs de rafels van het land’

In ‘Langs de rafels van het land’ ligt de auteur mijmerend tussen kapitaalkrachtige kopers van emotional labor in het verwarmde buitenbad van een luxe bordeel in Lemiers. De kosten declareert hij straks als voorwerk voor wat een handboek voor de zich op de zin van het leven bezinnende weekendtoerist in het Mergelland moet worden. Schuins omhoog over de oude trambaan links, loert hij oostwaarts door het dal zijn Vaals onder de rokken. Daar waar over de Sneeuwberg Engelse koningen onder veel bekijks hijgerig naar hun Akense kroning trekken, langs oude Romeinse villa’s, daar wordt vanaf de Siegfriedlinie Vaals onder schot gehouden als de Canadese bevrijders bij Kasteel Vaalsbroek – schuin zuidwaarts – al over de heuvels gluren naar hun volgende krijgsgebied. Hen houdt het Ardennenoffensief nog vast. Verder oostwaarts laten geharde centuriërs in Romeinse dienst zich lekker verwennen in de vulkanisch verwarmde Elisenbrunnen in het centrum van de regionale hoofdstad. Zelf zijn ze nooit in Italië geweest, maar hier moeten ze hele Germaanse volksstammen van grondgebied doen wisselen en van hun jonge jongens beroven: voorindustrieel Kanonenfutter. Vlakbij rechts, langs de Schuurmolen, slepen gehuurde achtspannen van boerenpaarden allerlei gestolen kunstwerken bergop, oostwaarts, richting de Akense Dom in aanbouw. Die komen onder … Meer lezen‘Langs de rafels van het land’

‘Smalle kontjes in hemels perspectief’

‘Smalle kontjes in hemels perspectief’ schetst nieuwste vormen en inhouden van schuldbesef en plichtsbetrachting nadat God nu kennelijk ook zelf het hiernamaals verliet. Het boekwerk met deze titel mag geen replica worden van het werk van Geert Mak; het moet juist een positief gerichte studie worden van de modern-religieuze zingeving die zich onder ons breed maakt. Welke tekortkomingen menen wij nu door boetedoening te kunnen bijschaven en hoe maken wij de aldus gewonnen verbeteringen – zo we die al weten te bereiken – daarna te gelde, beseffend dat elk moment de bijl van de medisch gedocumenteerde eindfase over ons kan neerdalen zonder enig uitzicht op een Laatste buitenaards Oordeel? Hoe we tegenwoordig minstens één aardappeltje terzijde schuiven en onszelf al bij ontij het bed uitjagen richting fitness of stadspark, om daar dan te vechten voor wat aan eeuwig leven nog rest vóór het moment van lang vooraf al voorziene en in wilsverklaringen vastgelegde euthanasie, daarover zal het hier moeten gaan. Kortom, wat blijft er nu helemaal over van de ooit toegezegde paradijselijke zaligheid en hoe manifesteert de erfzonde zich tegenwoordig postmodern? Is het vooral ons al te menselijke zwakke karakter dat ons niet lekker zit, zijn het onze vieze voetsporen in … Meer lezen‘Smalle kontjes in hemels perspectief’

‘Vols an de Jau’

‘Vols an de Jau’ gaat een best practice local policy study worden. Daar waar Eiffel en Mergelland elkaar overlappen, geeft zij straks hoog op van de recente bestuurlijke dadendrang die hier een ware eenentwintigste-eeuwse sociaaleconomische transitie inleidde en dit voorstadje van Aken internationale innovatieprijzen opleverde. Het Noord-Hollandse Bergen verbleekte er zowaar bij. De op de zuidelijke hellingen opwellende bronnen vullen nu weer de karakteristieke getrapte visvijvers tussen de met bronnen gevulde heuvels en de noordelijk gelegen vallei die de Romeinen als Vallis betitelden. Duitse wijnboeren verzorgen de van Nederlandse kant gesubsidieerde wijnaanplant op de Noordelijke hellingen van het Bocholtse plateau langs de tot beschermde sanctuary verklaarde oevers van de herdoopte Velzerbeek. De lang aan het oog onttrokken dorpsrivier ‘Jau‘ is nu weer bevrijd uit zijn beknellende rioleringsbuizen en daalt dwars door het stadje getrapt af tussen de druk bezette toeristenterrassen. Het openlucht-wandelmuseum voor de lakenfabricage ordent voor de vele geïnteresseerden het voorindustriële productieproces langs de beken richting Geul, met onderweg ruime opties voor een aangeklede lekkere hap en een zorgeloze zit bij levende muziek. Het gereconstrueerde Redemptoristenklooster met zijn rijke proeve van Europees filosofisch denken en Bildungspotential trekt vermogende gasten van verre en hoogstaande internationale conferenties. In grensoverschrijdend cosmopolitisch bewustzijn koestert … Meer lezen‘Vols an de Jau’

‘De sublimering van het mobieltje’ *

In ‘De sublimering van het mobieltje’ onderhoudt de auteur zich op een van zijn waaghalzerige tochten tot bij de hemelpoort met Herr Professor Sigmund F. Die maakt zichzelf ernstige verwijten over het ontbreken van de handy in zijn uiteenzettingen over Es, Ich en Über-Ich. Welke heeft de meeste greep op reëel gedrag, wekt de grootste frustraties en ligt het diepst aan trauma’s ten grondslag? Op de vraag of in toekomstige heruitgaven van zijn werken van een vierdeling sprake zou moeten zijn, suggereert hij liever een tweeluik, waarin de oude trits aan beide kanten figureert: enerzijds het hormonaal-neurale luik, anderzijds het digitaal-synchroniserende luik, elk met hun eigen Es, Ich en Über-Ich. In zijn praatgroep (die onder hemelse huisregels alleen stiekem bijeen kan komen) heeft Herr Professor Doktor van inmiddels afgedane futurologen (die zichzelf overigens ooit een nihilistischer eeuwigheidslot hadden toegedicht) de komst vernomen van geur-apps. Die zullen dan ongemerkt stemmingswisselingen kunnen oproepen en interpersoonlijke afkeer of juist aantrekking. “Entwirren Sie mir bitte dieses Diptychus, diese zweigliedrige dreigeteilte Fenster” geeft hij de auteur als huisopgave mee. Het zal toch heus niet.

Managemenperikelen in het hiernamaals – Petrus wacht op neo-liberalen I *

In ‘Managementperikelen in het hiernamaals – Petrus wacht op neo-liberalen I‘ voelt de auteur zich, bij een van zijn gewaagde tochten tot bij de hemelpoort plots omringd door zwaar gebouwde engelen. Zij pressen hem een zijsteeg in, waar een ouder iemand wacht. Het is Petrus zelf die lucht wil geven aan zijn hemelse managementzorgen. Hem ontglipt, zo fluistert hij achter voorgehouden hand, de span of control. Zijn hulpvraag heeft wel al richting: als namelijk ‘aan schapenkant’ de personele sores in wezen dezelfde is als ‘bij hullie aan de bokkenzij’, waarom dan niet sonderen of er ruimte is voor integraal beheer van het wederzijdse ondersteunend apparaat, hier én ginds? Outsourcing misschien zelfs? Het zijn vragen die volgens hem hoogste prioriteit hebben. Hij wil er het hoogste echalon nog niet mee moeien: ‘Die moet je straks maar confronteren met een fait accompli. Strategisch vooruitdenken is niet hun sterke kant.‘ En als zo een organisatorische reshuffling inderdaad aan de orde is, zo redeneert Petrus verder, hoe dan PR-matig daarmee omgesprongen? Moeten de geesten niet eerst rijp gemaakt worden, desnoods met fake news? Kun je het zo framen dat er toch voldoende draagvlak rest, op zijn minst toch bestuurlijke ruggengraat wordt gemimed, beiderzijds, ten … Meer lezenManagemenperikelen in het hiernamaals – Petrus wacht op neo-liberalen I *

Een laatste wachtwoord bij euthanasie

‘Een laatste wachtwoord bij euthanasie’ dealt met de afnemende woordenschat van de vrager. Het moet een praktisch handboek worden voor de steeds trager vooruitdenkende en steeds vaker naar woorden zoekende senior. Snelle krimp van het verbale repertoire kan een belangrijke indicatie zijn voor het aanstaande lijden, waarvan de euthanasievrager nou juist verschoond wilde blijven. Op termijn zal zijn of haar hele identiteit vervagen, zijn karakter vervormen, zijn hele voorschoolse disciplinering weer ongedaan raken en daarmee zal vast ook de vraag rijzen, of dit de persoon nog wel is aan wie partner of kinderen zich langer verplicht voelen in hun eerst nog zo meelijdende mantelzorg. Hoe maakt een letterlijk van zijn zinnen beroofde oudere nog duidelijk dat de ‘aan’-knop nu op ‘uit’ mag of zelfs moet? Dat is nog niet zo simpel: juist die vermaledijde communicatieve teruggang kan uiteindelijk de weg afsnijden naar een heldere, actuele wilsbevestiging, voorwaarde voor de juridische afdekking. Of juist omgekeerd, de weg naar een tijdige, geen lang uitstel verdragende ontkenning: de wens is er juist beslist nog niet, de omgeving herinnert zich weliswaar eerdere stellige uitlatingen, denkt in volle overtuiging dat die nu dus ook aan de orde zijn maar de stomme vrager vermag dat niet … Meer lezenEen laatste wachtwoord bij euthanasie

De ware bestuurder weet van wanten *

In ‘De ware bestuurder weet van wanten‘ maakt de auteur gewag van een intimiderend onderhoud met Karel de Grote. Op diens weinig beleefde verzoek waagde hij zich andermaal tot bij de hemelpoort. Karel blijkt omgeven door een eigen huismacht van potige engelen met oortjes. Met een bars ‘Noe äffe nit, kinger’ schuift hij een stel kirrende engeltjes in zacht zwart leer aan kant. Uit zijn inleidende vragen maakt de auteur een fikse bezorgdheid op over de Akense Dom. De scheur in de fundering, meteen al door de aardbeving tijdens de bouw , laat hem al duizend jaar niet los. En: ‘Houdt dat veel te zware gewelf het wel? Gaat de metalen noodomspanning niet toch roesten? Ze geven daar beneden aan zulke dingen toch geen ruchtbaarheid, hè, die ösjer Hoddelskriëmer?” Eventuele schadeclaims denkt hij te kunnen deponeren bij de Opdrachtgever van toen: “Dat is dan echt Zijn pakkie-an.” Karel blijkt via-via contact te hebben met een Profeet, zes hemelen verderop. Eigent de Akense Dom zich soms ook voor moskee? Of drastischer nog, moet ook ‘hier in huis’ de Leiding een keer compleet om? “Je hebt dit niet van mij, denk erom.” (*Door de auteur benaderde uitgevers trekken zich in no time … Meer lezenDe ware bestuurder weet van wanten *

Vrije jongens, aan de kant!

‘Vrije jongens, aan de kant!’ schetst duurzame perspectieven voor de kleinkinderen. Een open-netwerk-formule voor het Rijnlandse verzorgingsmodel bindt, in een calvoliek geïnspireerd ‘contrat social’ haar vrijwillig toegetreden leden aan een combinatie van ijver, ingetogen spaarzaamheid en onderlinge steun. Aangesloten leden (‘sheep’) garanderen grensoverschrijdend elkaars materiële welzijn bij tegenslag of in moeizame levensfasen. Gelukkiger fasen worden daartoe ruim- en koudhartig afgetopt. Grondslag is een substantiële solidarity tax bovenop door nationale overheden verlaagde belastingen. Bestuur en vermogensbeheer liggen bij een ‘verlichte heffe’ van materieel en fysiek onthechten (‘hermits’) die een voltooid leven paren aan een ongeblust creatieve geest. Kinderen van leden treden definitief pas toe na een herhaalde gelofte (‘mitswa’). Latere spijtoptanten ‘brengen meer vreugde aan dan van-meet-af rechtvaardigen’, mits hun bruidsschat de ontbeerde taks plus rente compenseert. Uittreders (‘goats’) wacht het harde neoliberale lot. Uitkoop is geen reële optie. Het MKB laat afweten.

Grof geweld vanaf de lessenaar

In ´Grof geweld vanaf de lessenaar´ wordt de psyche van de onderwijzer anno ’55 ontleed (de auteur waagt zich nog niet aan recentere jaren, evenmin aan andere dan de zelf bezochte scholen). Als binnenkomend eersteklasser wordt hij meteen geconfronteerd met een vglo-leerling (destijds nog gekoppeld aan de lagere school) die met de lange lat de trap af wordt gemept door een van de overwegend mannelijke onderwijzers. De vglo was een soort voorloper van het huidige praktijkonderwijs, bedoeld voor wie niet geschikt was voor iets hogers maar desondanks – toen haast onverklaarbaar – minder dan twee keer had gedoubleerd en dus nog tijd moest uitzitten. ULO (uitgebreid lager onderwijs) was ter plaatse het hoogst haalbare vervolgadvies, voor het vhmo (nu vwo) moest je uren in de bus of kiezen voor een priesterinternaat. In deze echt schoolsociologische studie met een etnografisch karakter, loopt de auteur beurteling het hele onderwijsteam van de lagere school voor jongens langs. De juf van klas twee bij voorbeeld die groeiende lijstjes met namen op het bord schrijft (1 kruisje erbij betekent straks 2x) van leerlingen die ze in de pauze keurig maar fors met een liniaal over hun op de lessenaar uitgestrekte vingers zal striemen. Dat heeft … Meer lezenGrof geweld vanaf de lessenaar

Overdreven heilsverwachtingen *

In ‘Overdreven heilsverwachtingen’ herontdekt de auteur bij een van zijn hemelvaarten, zijn zielsverwantschap met Jacob, der Lügner. Die blijkt zich op advies van zijn geestesvader Jurek Becker als vrijwilliger te hebben gemeld voor de inburgering van nieuwe hemelbewoners. Ondanks dat hij slechts een geesteskind is van de auteur, is ook hij tot de hemel toegelaten, zeker ook vanwege zijn overmenselijke dienstbaarheid. ‘Aanpassingsproblemen hebben de nieuwkomers hier voornamelijk, veel meer niet.’ De onvolkomenheden en teleurstellingen die hen hier bij de vleet wachten, tracht Jacob te ondervangen door optimistische nieuwsberichten waarbij hij zich verlaat op zijn eigen fantasie. Die berichten zegt hij dan vervolgens te ontlenen aan een stiekem meegesmokkelde handy, die eigenlijk bij binnenkomst had moeten worden ingeleverd bij het Bureau van Petrus. Vooral Jacobs meldingen over hele heerscharen van engelen die naderen voor een apocalyptisch herstel van de hemelse orde, zijn de nieuwe zielen vaak enige tijd tot troost. Wie er al langer zit, weet wel beter. De waarheid, zo bekent Jacob fluisterend, is dat de Leiding hier niet eens wifi toelaat. Zelfs als hij werkelijk een handy had, zou dat dus niet baten. Hij overweegt zijn toevlucht te gaan nemen tot nachtelijke ijldromen over engelenbezoek: dat zou zijn tijdingen … Meer lezenOverdreven heilsverwachtingen *

Katholieke streken onder Gereformeerd gezag

‘Katholieke streken onder gereformeerd gezag’ wordt een studie die verhaalt over de kennelijk eeuwenoude Vaalser parochieraad Sankt Paul. Die besloot al vroeg na 1600 om de pastorie met opzet neer te zetten precies op de grens, midden in haar internationale parochie, tussen het latere gereformeerde Staatse Overmaas (waartoe het huidige Vaals ging behoren) en het katholieke Rijk van Aken, daar waar nu de ‘Akener Straat’ nog steeds moeizaam overgaat in de ‘Alte Vaalser Straße’. Op bovenstaande tekening van rond 1700 kijkt u vanaf Duitse kant (Vaalserquartier), links de pastorie met daarvoor de toen scheefstaande Akense grenssteen, link achter de huizen de ‘Franse’ of ‘Waalse’ kerk, in de verte de Gemeentetoren die die toen nog hoorde bij de katholieke kerk, tegenwoordig bij de gereformeerde kerk. In 1663 stelde de stad Aken een grensverlegging voor, zodanig dat die recht door het midden van de Vaalser Pauluskerk zou lopen; een akkoord met de Hoogmogende Haagse Heren werd daarover niet bereikt. Voor hen was dat hele Vaals toch voornamelijk interessant omdat het een uitweg bood voor Akense protestanten die verlegen zaten om een zondagse eredienst die hen in Aken verboden werd (op de tekening ziet u in de verte hun koetsen op het toenmalige … Meer lezenKatholieke streken onder Gereformeerd gezag

Heuse Karels gaan niet zitten mokken *

In ‘Heuse Karels gaan niet zitten mokken’ heeft de auteur regelmatig moeite, Karel van het Reve in het halfdonker te onderscheiden van nu eens Karel Marx, dan weer Karl May. Eigenlijk had hij toch alleen om een kort gesprek gevraagd met die eerste, die hem als auteur van alle drie eigenlijk het best beviel. Bij dit zoveelste bezoek aan de hemelpoort treft hij ze liefst gedrieën aan. In een donker hoekje bereiden ze een min of meer gezamenlijk Manifest voor met de werktitel Zur himmlisch-zynischen Aufklärung. Marx‘ basistekst wordt telkens meteen geredigeerd door Reve en, als die er klaar mee is, op aandringen van Marx gepopulariseerd door May, waarna Reve dan weer zorg zal dragen voor een acceptabele Russische versie: ‘We hebben straks wel alle destructief potentieel nodig’. Marx wil niet opnieuw ‘falsch verstanden’ worden en Reve houdt hem onder dat motto zoveel mogelijk met twee benen op de hemelse grond. Met het inhuren van May gokken ze op een breed doorsneepubliek, zoveel moet Reve wel toegeven. Marx geeft hoog op over Mays politieke betekenis voor zowel de VS als het Midden-Oosten: ‘Hij heeft daar in zijn tijd met veel moed actief ingegrepen en zonder aanzien des persoons. Ik heb … Meer lezenHeuse Karels gaan niet zitten mokken *

Twee Heren dienen

‘Twee Heren dienen’ wordt een schotschrift op het scherp van de snee, een schrift dat terugvoert naar de pubertijd van de auteur en zijn herinneringen aan de tafelgesprekken van zijn vader. Die was van beroep stoker op de Vaalser Textielfabrieken (VTF). Hij zat daar ook in de ondernemingsraad, dat had je toen net. In zijn weinige vrije tijd was hij tevens lid van de nieuwerwetse parochieraad van de toen gloednieuwe, inmiddels alweer lang opgeheven Sint Jozefparochie in Vaals. Hij was bovendien kaderlid van de katholieke vakbond (St. Eloy, de textielbond van het NKV) die in die tijd nadacht over fusie met de algemene (onkerkelijke) bond (industriebond NVV). Bepaald geen sinecure, die diverse invalshoeken. De tafelgesprekken gingen dan ook ergens over. Het daarop terugkijkende schotschrift – dat hier nu wordt aangekondigd, maar al tijden in de therapeutische steigers staat – thematiseert – tegen de tijd dat het klaar is uiteraard – niet minder dan de tastbare God. Ja heus. Geen dag immers zonder ‘d’r Heer’ in die huiselijke tafelgesprekken. Wie is dat dan wel? Toch niet de Almachtige Zelf, of eigenlijk toch wel? Het antwoord moet telkens opnieuw worden afgeleid uit de context van het verhaal van de dag: werk dan … Meer lezenTwee Heren dienen

De tegenhanger van het vagevuur *

In ‘De tegenhanger van het vagevuur’ draalt de auteur halverwege de hem intussen vertrouwde, getegelde gang naar de hemelpoort. Hier, zo weet hij intussen, is de ingang van het vagevuur. Het is dit keer de overkant echter die zijn aandacht trekt: daar hangt dikke mist. Of staan daar rookkanonnen? Wat moet daar nodig aan het oog van voorbijgangers worden onttrokken? Daarvan wil de auteur straks verslag doen. Dichterbij sluipend, buiten het oog van camera’s en van kale engelen in lange leren jassen, ziet hij figuren met ‘OD’-geletterde stola’s gehaast in- en uitglippen, mensen van Opus Dei, Het Werk dus. Sommigen meent hij te herkennen van eerder, bij de hemelpoort. Van omkoopbare ingewijden hoort hij op fluistertoon dat hier mogelijk het Refugium huist, een instelling waarvan zelfs de Heiligste Leiding ginds geen weet schijnt te hebben, net zo min als sommige pausen. Met een speciale katholieke ‘compassie-pas’, verkregen via het Vaticaan, kunnen eeuwig verdoemden hier – in principe steeds weer tijdelijk – hun akelige definitieve lot voor zich uit schuiven. Vermoedelijk is het een echte A++ locatie, waar een overwegend academisch opgeleide elite van ervaren criminelen tegen betaling verpoost in een soort toeristische enclave naar het ressortmodel van de bounty eilanden. Helemaal veilig … Meer lezenDe tegenhanger van het vagevuur *