Gun ook uw radijsjes een volwaardig leven

Gun ook uw radijsjes een volwaardig leven

Je weet nooit wat je zoal overkomen kan, als je tegenwoordig familie, kennissen of buren opzoekt. Moeten je schoenen meteen uit bij de voordeur, praten ze tegenwoordig hoog-Hollands met de kinderen, mag je per se niet beginnen over hun werk, eten ze er alles met de soeplepel, wat doen die lijsten met thuisbrengmenu’s midden op het gepoetste kookeiland, moet je je gezicht enthousiast laten aflikken door een onstuimige hond, zitten ze ook na de middag nog neuspeuterend in hun pyjama, hangt er zware hasjlucht op het toilet, weten ze van toeten noch blazen bij gebrek aan krant of journaal, moet je meegaan in hun meest onwaarschijnlijke verhalen over de samenhang der dingen, wonderbaarlijke genezingen en bij hen binnenkomende berichten uit andere zonnestelsels, het is toch altijd maar afwachten. De auteur wil er in dit aangekondigde boekwerk zijn beklag over doen en het inkaderen in ‘la condition humain’.
Weliswaar betreft het niet zozeer de Hoge Cultuur, maar toch valt het sociologisch gezien allemaal wel onder cultuur. De mens wordt als potentiële barbaar geboren en je kunt er dan van alles van maken, van op vis jagende Eskimo tot boze geesten vrezende kanibaal. Wij verlangen tegenwoordig van een twaalfjarige jongen niet dat hij zonder zadel te paard in galop een hond kan vangen en die die dan weet dood te bijten en zo in te leveren bij de dorpsoudste. Maar kúnnen, kunnen zou het wel; de geschiedenis bewijst dat.
Socialisatie, dat is het proces waarbij de al eerder geborenen elke volgende generatie min of meer vertrouwd maken met allerlei maaksels, verzinsels, gewoontes en met hun oplossingsstrategieën voor alle denkbare soorten sores. Voor die eerdere, al aangepaste generatie is dat alles intussen min of meer vanzelfsprekend, onvermijdelijk of verstandig. Voor de jonge generatie niet per se. Het vergt erg veel aanpassing, driftonderdrukking, behoefte-uitstel, straf en lief-zijn; het is ook lang niet altijd logisch en consistent. Helemaal slagen doet socialisatie daarom zelden.
Mogelijk meer nog dan fritures en tankstations kent ons land schoolgebouwtjes. Daar wordt gesocialiseerd. Zelf noemen de daar werkzame (overwegend) dames het ‘opvoeding’. Na jaren wordt het resultaat daarvan gemeten. Dat gebeurt met toetsen en examens. Om dat alles te laten slagen leer je er ook ‘om je te gedragen’: stil te zitten, ijverig te zijn en niet brutaal. Dat is tenminste allemaal het doel, niet per se ook het bereikte effect. En dan zijn er ook nog eindeloos veel unintended consequences. Deels komt dat omdat er tegelijk ook elders door anderen wordt gesocialiseerd. En ook omdat schooljuffen veiligheidshalve lang niet alles aan de orde stellen: dan krijgen ze misschien onenigheid of zelfs ruzie of ze vinden het zelf maar vies en pijnlijk of het wordt een smerige boel of het loopt uit de hand of ze weten het zelf ook niet zo goed.
Was het ooit de lokale cafébaas die de nog onwetende dorpse jongelui vertelde wat zijns inziens de drijfveren van Napoleon waren, het seniele kruidenvrouwtje dat uitlegde hoezo het zo stonk en kriebelde in het kruis, de pastoor die uitlegde wat God plezierde en wat vooral niet, tegenwoordig zijn het allerlei media die socialiserend bezig zijn. Zo kun je op zondagmiddag thuis op de bank leren dat de door pa zo geadoreerde voetbalheld volgens de commentator even ‘zijn team moest redden door aan de noodrem te trekken’ toen hij een doorbrekende tegenstander in close-up het ziekenhuis inschopte en dat vervolgens – terwijl de beelden worden herhaald – woest ontkent, ordinair scheldend tegen de scheids. Daar kan de juf dus niet tegenop socialiseren. Ook dat ons land meer fietsendieven heeft dan alle buurlanden, is geen schoolresultaat.
Maar dat jongelui opeens thuis komen met de boodschap, voortaan geen vlees meer te willen eten vanwege de zieligheid der dieren, dat dus weer wel, dat hebben ze van de juf.
Dat de koe gras eet dat eigenlijk door had willen groeien en zaad had willen zetten, dat het kikkervisje vroegtijdig ten slachtoffer valt aan de libellelarve, het lieveheersbeestje zich volvreet aan mooie, levendig-bezige bladluisjes, dat koerende duifjes zich tegoed doen aan pasgeboren jongen uit andere nesten en dat dat alles principe heeft, ja, het basisformat is van dit hele aardse bestaan, waar leer je dat?
De mens – zo zegt de wetenschap – is het creatief-denkende bijproduct van een volstrekt willekeurige serie brutale wendingen in de evolutie, hij werd zo zijn eigen soort en ook verder alle andere aardse leven tot dodelijke vijand. Zijn unieke creativiteit maakt uiteindelijk de combine mogelijk van massavernietigingswapens en het bezoek aan andere planeten. Daartoe leidt evolutie vroeg of laat kennelijk onvermijdelijk, zegt die wetenschap en ze adviseert daarom, elk mogelijk contact met buitenaards leven maar beter te mijden, dat dan immers ook zo’n zelfde ontwikkelingsstadium moet hebben bereikt.
Moge Frans de Waal ons nog veel troost brengen met zijn pogingen om bij de hogere apensoorten aanwijzingen te vinden voor waarlijk altruïsme en laten we maar wegkijken als ze de weggeritste jonggeborenen van de buren aan stukken rijten om in hun alleszins begrijpelijke eiwitbehoefte te voorzien.
Oh ja: het radijsje. Sterft de indrukwekkend mooie plant na haar enthousiaste langdurige witte bloei af, probeer dan, het tot een forse harde donkerpaarse knol uitgegroeide radijsje in handzame stukken te zagen. Na meerdere uren snelkookpan levert dat dan de basis voor een soort brei of soep die u naar eigen fantasie op smaak kunt brengen, liefst met ingrediënten die dan ook al volwaardig zijn uitgeleefd.
Zelf behoort de auteur tot de eerste generatie Europeanen die nooit van nabij een oorlog hebben meegemaakt. Of hij dat aan zijn socialisatie dankt? Mogelijk behoort hij tot de laatste generatie mannen die het grootste deel van hun leven staande hebben mogen plassen.

Terug naar het publicatie overzicht