Hoe dedain en lethargie zich dialectisch verhouden

Hoe dedain en lethargie zich dialectisch verhouden

Hoe dedain en lethargie zich dialectisch verhouden’ ontleedt de politieke economie achter protestantisme versus katholicisme in zuidelijk Staats Gebied. Het moet een academisch hoogstandje worden, bewijs van wat de moderne sociologie gesellschaftstheoretisch vermag. Gereformeerde leerkrachten joegen in die streek ooit de vlucht aan van katholieke meisjes richting armoedige kloosterschool. Dat hun vrouwelijke gelovigheid de ruggengraat van het kerkelijk voortbestaan vormt, was Rolduc genoegzaam bekend. De gereformeerd gemanagde Staatsmijnen werden een toonbeeld van etnische arbeids- en inkomensdeling achter een verleidelijke gevel van handgeld voor musicerende lokalo’s en hun speeltuin-verlekkerde kroost. Het katholieke episcopaat zag – ondanks fel opgestuwde geboorte-aantallen – op zijn beurt haar claim op een katholiek aandeel in de overwegend gereformeerde elite stranden bij gebrek aan opleidingsambitie van haar eigen toenemend heidense achterban: vooral de weinige sociale opstromers uit die achterban lieten belangrijke delen van hun geloofsopvoeding achter zich bij het beklimmen van de maatschappelijke ladder. Het massaal uit de Achterhoek toegestroomde werkvolk verloor er zich – ondanks dat ze listig weggehouden werden van het eenvoudig-gelovige katholieke kerkvolk – in postduivenmelkerij, schutterij en harmonie. En in het carnaval. Hun culturele integratie verspeelde de kansen op de emancipatie van de regio.
Een doorwrochte klassiek-marxistische klaagzang dus, maar dan wel verstehend. Inderdaad, wat je zegt: zonder de nodige volhardende actie, steeds weer, van deur tot deur. Tja, toegegeven.

Terug naar het publicatie overzicht