Hoe een beroemde dorpspastoor in vergetelheid raakte bij de Geul in Mechelen

Hoe een beroemde dorpspastoor in vergetelheid raakte bij de Geul in Mechelen

“Kijk mensen, de pastoor staat te kalven!” (“Kiek luuj, pesjtoer sjteet te koave!”) Met die kreet schrok een misdienaartje uit Mamelis op (aldus oud-oma Berta), toen de pastoor in Orsbach tijdens de vroegmis zijn armen hief en Berta’s broertje bij zwak kaarslicht twee hazenpoten onder het kazuifel zag bungelen. De pastoor had die ochtend eerst zijn strikken gecontroleerd en de vangst aan zijn broekriem gehangen. Wat dit misdienaartje vanzelfsprekend vond, was dat hij onderweg van huis naar kerk telkens de staatsgrens passeerde. Parochiegrenzen waren in die streek belangrijk, staatsgrenzen onzin. (Ja hoor, dit wordt weer zo’n waargebeurde streekroman, als het zover komt.)
In november 1712 wordt, in het u van vakanties bekende bekendorp Mechelen een jongetje met de naam Bosten geboren die van zulke, elkaar volstrekt ontkennende grenzenstelsels het slachtoffer zou worden. Hij brengt het liefst tot pastoor (benoemd door de kanunniken van Aken) in het toenmalige Vaels, zijn broertje wordt daar kapelaan en de priester-woning staat midden in de internationale Paulus-parochie en tegelijk letterlijk bovenop de grenswal tussen Vaals en Aken, achter de huidige ‘klèng wach’ (de kleine wacht’), Nederlands mogelijk onbenulligste geschiedenismuseumpje, in de Vaalser Akenerstraat.
Pastoor Bosten zal daar in grote nood raken door de voortdurende strijd tussen de overwegend katholieke bevolking en gereformeerde bestuurders. Er wordt in Vaals een kind geboren uit een door liefde gekoppeld maar door godsdienst gescheiden stel Vaalsenaren. Vraag is nu: wie mag hem dopen, de pastoor of de dominee? Hoe dat getouwtrek verloopt vertel ik hier niet, wel het vervolg. Met gereformeerd geweld wordt de katholieke priester uiteindelijk op Haags bevel uit zijn pastoorswoning gesleept en afgevoerd naar het dan ‘Hollandse’ Maastricht. Vijf jaren lang zal hij daar opgesloten zitten in het voormalige gemeentehuis, nu VVV-kantoor. Veroordeeld wordt hij niet, maar hij kan de proceskosten richting Den Haag niet betalen en komt daarom niet vrij. Het hele verhaal wordt beschreven door een Amerikaanse hoogleraar, Benjamin Kaplan, onder de titel ‘Cunegondes ontvoering’, een prachtig boek, nergens in Vaals te koop en ook niet op voorraad in Maastrichts grote Dominicanenkerk-boekhandel (elders op deze site meer over Cunegonde).
De vrouw van de koster van Mechelen, historisch behoorlijk actief, wijst erop dat Mechelen wel een oude pastorie heeft met ene ‘pastor Bosten’ op de gevel vermeld, maar nooit een pastoor met die naam heeft gehad. Een lokaal raadsel kennelijk. Als u er ooit uitrustte met een drankje op het terras, had u achterom moeten kijken, schuin omhoog: compleet met Mariabeeldje in de gevel van het café.
Er staan – behalve een schietgebedje – een jaartal en twee voorletters bij. Laten we er dit keer geen Gereformeerde boevenstreek achter zoeken en het erop houden dat de balk zacht werd door de regen, Mechelse schilders op school toen al niet meer leerden rekenen met Romeinse cijfers en zo de huidige vermelding historici enigszins op het verkeerde been zet. De tekst, zoals keurig vermeld in eindeloze opsommingen van de onvermoeibare J.F. van Agt (Den Haag 1981) luidt: SANCTA MARIA ORA PRO NOBIS, MDCCCLIII J.J. BOSTEN PASTOR. Als u zelf slachtoffer bent van vernieuwd onderwijs kunt u dit jaartal niet ontcijferen, er staat 1853.
Nou moet u weten dat die pastoor Bosten uit Vaals uiteindelijk is vrijgekocht uit zijn gereformeerde Maastrichtse gevang. Er is daarvoor in meer dan driehonderd katholieke parochies in de regio (dat is behoorlijk breed dus) gecollecteerd. De man werd een heuse regionale katholieke held. Uiteindelijk, in 1768, werd Bosten – nu martelaar van de kerk – vrijgekocht met 1600 gulden uit de plaatselijke belastingen van Vaals. Hij was 56 en had nog 15 jaar te gaan.
Willem V had hem gratie geschonken op voorwaarde dat hij nooit meer pastoor zou worden in de Republiek. Daar wist het Luikse bisdom wel raad mee: hij werd pastoor in …. Sippenaken, een Belgisch gehucht met nog geen 100 inwoners, net buiten de Republiek, maar wel in dezelfde parochie als …  jawel: Mechelen. Ruim een uur doorwandelen langs de Geul. De huidige – aan staatsgrenzen aangepaste – Mechelse parochiegrenzen stammen pas van 1802.
Opnieuw werd Bosten dus pastoor in een grensoverschrijdende parochie. Overleden in 1783. In Romeinse cijfers: MDCCLXXXIII. De pastoorswoning in Mechelen zal aan hem zijn opgedragen, product van het verzet tegen de noordelijke overheerser. Broerlief was intussen internationaal pastoor in Vaals. Kaplan somt de eindeloze reeks publicaties op uit katholieke bron die Bostens lot beweenden en uiteindelijk ter wille van de lieve Hollandse vrede deden verwateren. Hij haalt er liefst Jean-Jacques Rousseau bij, om te beredeneren dat de Gereformeerde bestuurders modern-grootburgerlijk over hun hart streken, toen zij ruimte schiepen voor de uitkoop van Bosten. Uw auteur houdt het er liever op, dat de gereformeerde bezetter heeft moeten zwichten voor het sentiment van het katholieke volk.
Jammer voor Mechelen, het had zowaar een bedevaartsoord kunnen worden (of blijven misschien), ware het niet dat er wat gerommeld is met een inscriptie op een te vaak overgeschilderde balk.    

Terug naar het publicatie overzicht