‘Intergezinsmigratie’

‘Intergezinsmigratie’

Voordat u als lezer op het foute been gaat: de hier aangekondigde voorstudie, emotioneel beladen, daarom ook  nogal afstandelijk, moet de vloer leggen voor een lofzang op de oudste dochter van de auteur bij gelegenheid van haar opmerkelijk verlate huwelijk. Einddoel is een enthousiasmerende laudatio van een overtrotse vader,  halverwege een copieus bruiloftsmaal, na een ontremmende dosis alcohol, die zich dan verliest in de esoterische romantiek van dat moment.
De auteur beperkt zich hier tot een probleemstellende terreinverkenning zonder grafieken of tabellen. Hij steunt daarentegen op praktische levenservaring uit het samengestelde-meergeneratiegezinsnetwerk.
Startvraag: waarom überhaupt nog trouwen, hoe modern is dat? Als uitvloeisel van de nog steeds wassende echtscheidingsgolf worden juist samengestelde gezinnen – zeker boven de veertig – steeds meer de norm of standaard in wat wij nu nog officieel percipiëren als ‘de beschaafde westerse wereld’. Oorzaak: onder economisch en juridisch geliberaliseerde en geïndividualiseerde randcondities krijgt sinds de jaren zestig de hormonale neiging tot sequentiële monogamie – die veel biologen eigen achten aan onze soort, de hoogste apensoort – alle kans en ruimte om zich uit oude keurslijven los te wrikken. Zoveel ruimte zelfs, dat de auteur een concurrerend paradigma voor valide houdt: de polymorfe kruiselingse polygamie, platweg bekend als de studentikoze konijnenfase, in encyclopedieën vaak geprojecteerd op de oertijd toen homo sapiens naar meest modernistisch inzicht doorgaans ook vleesloos at, 24/7 in gezonde en vreedzame beweging bleef en gods planeet nog met het grootste respect behandelde.
Gevolg is de toename van het fenomeen van de halftante en stieftante, ook in een oom-, broer- en zusvariant en uiteraard in een zoon-, dochter- en vader- of moedervariant. De (half-/stief-)kleinkinderen grossieren in oma’s en opa’s van divers pluimage, warm, lauw, koud en ijskoud, ook dit weer telkens sequentieel. Versneld afgedraaide foto-archieven, voor zover niet bij tijd en wijle hysterisch opgeschoond, getuigen van een niet aflatende in- en uitstroom, soms ook van re(im)migratie.
Zoals bij alle migratie kent ook deze intergezinsmigratie haar eigen stressvarianten. Ooit staarde de auteur naar een gezinsportret op de muur achter zijn gastheer waarop aan gindse zijde van hem en zijn kids hun moeder gretig in de grip werd gehouden door haar nieuwste liefde. Het betrof hier een westerse variant van de door de Profeet toegestane aanvullende aanschaf van een tweede echtgenote, op voorwaarde dat pa het kan betalen en de dames onderling geen bonje maken. Kerkelijk goedgekeurde uitwijkmogelijkheid: het huwelijk-achteraf-voor-één-nacht met iemand wiens naam niet meer te binnen wil schieten, meteen inbegrepen de bijbehorende scheiding ‘the day after’. Afgekochte vergiffenis voor een gevalletje Islamitische #hertoo.
Duidelijk is wel: ook modernisering heeft zijn schaduwkanten. Pijnlijk manifesteert zich in de intergezinsmigratie het fenomeen van de interculturaliteit, ook binnen een op het oog homogene groep bleekscheten. Paul Scheffers notie van het multiculturele drama is in deze privé-context eerder nog van toepassing dan in die van zijn ietwat weidse geschriften. Hoe lang moet een eitje, hoe laat het ontbijt, volstaat een vork en een soepbord, valt er überhaupt nog ooit iets over whatever af te spreken? Gasten brengen vreugde aan, is het niet bij het komen, dan wel bij het gaan. Pap hing dat spreukenbordje eerder al op.
Deze modernisering brengt dus haar eigen Weltschmerz mee, the tragic sense of life. Valt daaraan ook te ontkomen? Het antwoord: deels wel ja, pragmatisch-nihilistisch redenerend. Ze moeten uiteraard nog verder worden uitgewerkt, later, maar hier volgen alvast vijf geobserveerde strategieën om de Weltschmerz die uit de moderniteit van de intergezinsmigratie voortvloeit, binnen perken te houden. Zie deze vijfdeling als een sociologische handreiking voor de praktiserende psychotherapeut, geconfronteerd met hen die worstelen met de moderniteit en neigen tot wat historici de reactie noemen.
De eerste variant is relatief passief: laat het nou maar lijdzaam-fatalistisch op je af komen, vertrouwend op the God of possibilities of vanuit een domweg berustend ce n’est que la condition humaine. De tweede variant is juist aktief: ga veel gamen, verlies je in sport, spel en toerisme (a fun way to escape reality) met zijn steeds new opportunities, hou het spannend zolang de bom niet valt. Drie: vat het allemaal op als een soort Disney, picture your dream, go for a no-fuss nuptial en reis via Las Vegas into second life. De vierde variant kiest voor beveiliging tegen de moderniserende buitenwereld: de suikerdrank van de Biedermeier cocooning binnen een ommuurde kerngezinsveste, der Rückzug ins Private. En dan is er tot slot variant vijf: ga in die innere Emigration, escape materialism, feel good en druk je verstand opzij “we are our minds, not our brains”. Deze vijf varianten kunnen vervolgens als keuzemenu fungeren, hulpmiddel bij diagnostische zelfverkenning. Praat er bij gelegenheid eens over met uw therapeut, zakdoekjes bij de hand.
Tot zover onze voorstudie waarvan de verdere uitwerking dus op zich laat wachten. Want: de auteur staat onder tijdsdruk. Hoe komt hij van hieruit bij de gelukkigste dag van de bruid van vandaag? Dat hangt nog*).

*) Wees gerust: de laudatio voor de bruid, waar deze voorstudie op anticipeerde, is niet fout gevallen. Het zal waarschijnlijk zijn plek vinden in de dump van het onpeilbaar diepe collectieve geheugengat. Kern was de hoop: moge de belangrijkste determinant van het geluk en dus ook van de pech, te weten het onverwacht interveniërende stomme toeval, deze bruid en haar gezin verrekte goed gezind zijn. Verdomme nog.

Terug naar het publicatie overzicht