Janetta (‘Net’) Doornbusch bekreunt zich niet langer om de huisvrede. Of juist weer wel? **

Janetta (‘Net’) Doornbusch bekreunt zich niet langer om de huisvrede. Of juist weer wel? **

Een zoveelste gesprek aan de hemelpoort. Dit keer met de moeder van twee prijswinnende Nederlandse schrijvers. Maar uiteindelijk verbiedt de moeder publicatie. Het gesprek moet over. En dan komt er vrijwel niks meer los. Zo raakt de interviewer wel in de problemen.

Zijn ook opvattingen erfelijk?
Talenten, van wie erf je die? En opvattingen, ontwikkel je die los van je ouders? Vragen waarop het academische antwoord voorlopig uitblijft, net als op de vraag hoe die twee combineren: talent en opvattingen. Duidelijk is wel dat de meeste ouders hun opvoedingsdoelen eerder in termen van opvattingen definiëren dan in termen van talent. Of het ook zo werkt? Je kunt van je belhamels wel bolsjewieken willen maken, maar misschien draag je alleen ruwe denkschema’s over en een analytische manier van kijken of jolig taalgebruik en trekt het jonge volk vervolgens toch zijn eigen conclusies en slaat geheel eigen, onverwachte richtingen in, qua opvattingen dan.
Het waren zulke vragen die uw auteur in zijn hoofd had bij een volgend interview aan de hemelpoort, mede ingegeven door het idee dat zijn op dat moment nog wat mistige gesprekspartner lange tijd twee zoons had opgevoed die ze inderdaad eerst nog als belhamels beschreef en waar ze straks bolsjewieken van zou maken. Zover ging de eigen moeder van uw auteur niet, toen die in een van haar laatste brieven ook haar beide zoontjes als belhamels betitelde. Zij moest hun verdere opvoeding noodgedwongen over laten aan een toen nog onbekende stief. Maar dit terzijde.
Een op niets uitdraaiend diepte-interview
De in ons geval aan de hemelpoort geïnterviewde Janetta, voor familie ‘Net’, was allereerst hoogst verbaasd over de voor haar getoonde belangstelling: de eer van een interview was haar nog maar zelden te beurt gevallen en ze had inderdaad wel een heel verhaal, haar hoogst eigen verhaal, weldoordacht. Het persoonlijke werd daarin politiek en het politieke persoonlijk. Het interview duurde dan ook en des te verbazender was het slot: ze liet een lange stilte vallen en deelde toen beslist mee dat uw auteur de inmiddels gemaakte notities maar liever moest verscheuren en inleveren: “Ik vertel jou veel te veel” wist ze opeens heel overtuigd. Ze zette uw auteur voor het blok. Waarop werd uitonderhandeld dat we het gesprek een volgende keer over zouden doen met een voor haar makkelijker te accepteren invalshoek misschien en ook een andere draagwijdte, wellicht.
Zo gezegd, zo gedaan. De afspraak voor een tweede gesprek liet even op zich wachten. De sfeer was kennelijk volstrekt omgeslagen: niet langer jij en jou maar een koud en tamelijk afstandelijk u. Geen lange, bedachtzame beschouwingen dit keer, eerder soms geforceerd ontwijkend en vooral kort. En dat terwijl uw auteur intussen wel een gefundeerd idee had waar het gesprek naartoe zou kunnen, wat er zoal aan interessants te melden zou zijn. Tenslotte had hij al een volledig en open interview achter de rug, ook al waren de notities daarvan ingenomen.
U leest hier helaas alleen het resultaat van de tweede ontmoeting.
Gorters cursus Marxisme
Janetta of Net had haar man leren kennen bij een cursus Marxisme, gegeven door Gorter in Hengelo. Het was rond het begin van de Eerste Wereldoorlog, ze was net voorbij de twintig en ze had al een hele wereldreis gemaakt naar Australië waar ze tijdelijk bij een familie had ingewoond als hulp in de huishouding. Ze was zelf afkomstig uit een arbeidersgezin, werkzaam in de textielindustrie van de Van Heeks in Twente.
Nou was Gorter natuurlijk heus wel meer dan een eenvoudige leraar Marxisme. Had Net destijds ook dingen van hem opgepikt uit de letterkundige sfeer, was ze Gorter ook in ander opzicht blijven volgen? Wat hield ze van de latere stellige uitspraak van haar jongste zoon, dat zij van Lenin vast nooit iets gelezen zou hebben en dat haar vastberaden vasthouden aan de leerstellingen van de politieke economie gezien moesten worden als een pure vorm van orthodoxie?
“Daar ga ik nu liever niks aan afdoen. Gerard zal zijn eigen overwegingen hebben gehad voor zulke kleinerende opmerkingen over zijn moeder. Het is genoeg als ik zelf weet wat ik destijds intellectueel in huis had.”
Het lot van moeders
Oké, uw auteur probeerde een andere, zij het zeker zo gevoelige invalshoek. Na haar huwelijk in 1916 was Net welhaast permanent zwanger. De beide zoons werden in 1921 en 1923 geboren nadat hen liefst vier doodgeboren kinderen waren voorgegaan. Dat was zelfs voor die tijd toch hoogst dramatisch, nee: traumatisch. Hoe ze daarop terug keek en wat het met haar gedaan had in latere jaren. En of ze vond dat de jongens dat met de nodige empathie, respect en het nodige begrip hadden verdisconteerd in hun uitgeschreven kijk op het lot van moeders in het algemeen, van hun eigen moeder in het bijzonder.
“Laat dat nu ook maar rusten. Misschien moet u nog eens terugkijken naar wat mijn zoon Gerard zoal zei over de Moeder Gods zal ik maar zeggen. U hebt zelf genoeg aan het overlijden van uw eigen moeder toen u nog jong was. Daar vraag ik u ook niet naar.”
Schrijverscarrières in de dop
Derde poging dan. Nets echtgenoot Gerard, de vader van de jongens, maakte furore in socialistisch Nederland. Na een baan op de spinnerij van Van Heek en een leidende rol bij een staking volgde ontslag. Voor een eerdere plek op de onderwijzersopleiding ontbrak het geld. Daarop vond hij werk bij De Tribune. Hij reisde wat af. Tot in Moskou aan toe. Zag daar Lenin en Trotski. Hij moet vaak afwezig zijn geweest, thuis. Dat maakt de rol van de moeder in de opvoeding eens te meer cruciaal. Moeder Net schreef over de ontwikkeling van haar kleuters, ook in De Tribune. Niet onverdienstelijk. Ze had ook een leuke pen, concludeerde later Onno Blom over ‘die kinderverhaaltjes’. Was ze destijds ook al opgevallen door haar gevoel voor taal en had ze de jongens daarmee misschien op een spoor geholpen voor hun latere schrijverscarrières? Wordt dat nu onderschat? De schrijfstijl, de humoristische menging van sarcasme en ironie, de eenvoud van de gebruikte taal? 
“Ik was hun moeder en ik deed mijn best. En ze hadden talent, allebei. Ik ga mij nu niet nog weer op de borst kloppen, achteraf.”
Het historisch materialisme
Goed. Dan nog weer anders. In 1930 werd vader Gerard ontslagen bij De Tribune, hij zou ‘te rechts’ zijn. Een jaar later schreef hij een pornografisch boekje: ‘Marijke de preutsche’. Over zijn vriendinnen binnen de partijhiërarchie van de communistische beweging praatte hij nogal open. Tot verdriet van Net en van de beide zoons, volgens Henny Buiting in het ‘woordenboek van het Socialisme’. Of dat nog ooit is goed gekomen tussen hen, vóór Nets overlijden in 1959?
“Mijn man, ik citeer nu dan toch maar even mijn zoon Gerard, wist het bestaan van de enkeling voortdurend te bagatelliseren en maakte ieders persoonlijk menselijk gevoel belachelijk. Dat paste in het idee van het historisch materialisme. Zo was dat.”
Tja, hmm. Het gezin heeft al vroeg afscheid genomen van het katholicisme. Later ook van het communisme. De jongste zoon wist een ingewikkelde link te leggen tussen de herenliefde en de katholieke leer. Niet onverdienstelijk, het idee werd zelfs in bepaalde kerkelijke kringen gunstig onthaald.
Lenins leerstellingen
De oudste zoon bracht de misdadige uitwassen van het communistische stelsel over het voetlicht. Hij voelde zich al tientallen jaren geen bolsjewiek meer voordat ook zijn vader die conclusie deelde. Dat was jaren na uw overlijden maar het moet toch ook vóór die tijd lang gekraakt hebben aan tafel.
“Knallende koppijn, voortdurend. Nu nog. Meer zeg ik er niet over. U kunt het trouwens terugvinden.”
Zoeken we op. Vader Gerard zei later dat hij zich niet herkende in wat er over hem wordt gesteld in De Avonden. Wat vindt moeder Net eigenlijk van zoon Gerards typering, dat zijn moeder ‘door slechts een enkel woord of zelfs een enkele gezichtsuitdrukking haar formidabele afkeer kon doen gevoelen voor lieden die de leerstellingen van Lenin (…) en de klassenstrijd verwierpen. Lieden wier zondeval bovendien zonneklaar aan het licht werd gebracht door het feit dat zij cafés betraden, dansten, cosmetica gebruikten, rauw gehakt en vers witbrood nuttigden en des morgens soms zelfs tot half negen in bed bleven liggen.”
“Ach, u herkent toch ook wel het puberale in zo’n karakterisering? Dat slaat mij echt niet meer uit het veld, hoor. Zulke onzin.”
Het hemelse vervolg
Oké, afronding dan maar. Nu en hier, in dit hiernamaals dus, zo heeft uw auteur intussen vernomen, hebben de beide zoons opnieuw ieder behoorlijk naam gemaakt in zeer onderscheiden hemelse kringen. Zoon Gerard leest vaak voor uit eigen werk voor Queerus, een club van voornamelijk voormalige medewerkers van de kerk. Hij is daar uitermate populair. Zoon Karel onderzoekt samen met wat ze hier Saint Thomas’s Paradise-deniers noemen, bewijzen voor het onlogische bestaan van dit alles, wil er absoluut niet aan dat dit hiernamaals überhaupt reëel existeert, spreekt van een opgeleukte Gulag, houdt vast aan een langdurige koortsdroom, als these dan. Laatste vraag is, met wie moeder Net persoonlijk zich hiero dan zoal identificeert.
“Er bestaat hier een soort hemels verlengstuk van het Müttergenesungswerk. Daar ga ik dan naartoe met Maria Hofman. Die was destijds met de latere wethouder Vliegen, van het Amsterdamse bosje. De vader van mijn belhamels zit zover ik weet bij dat vrouwtje De Jong, bij wie hij in de oorlog ook al lekker zat ondergedoken. Meer wil ik hier echt niet kwijt. Ik zoek geen erkenning hoor, en ik zoek ook geen ruzie meer.” 
Uw auteur houdt het erop dat talent voor taal mogelijk via de vrouwelijke lijn overerft. Bij gelegenheid toch ook nog eens vragen aan zoon Karel.
150222

Terug naar het publicatie overzicht