‘Neerlands noordgrens: de Vaalserbeek’

‘Neerlands noordgrens: de Vaalserbeek’

De noordelijke grens van Nederland wordt gevormd door de Vaalserbeek. Dat u dat niet wist is (tot u straks dit nu alvast aangekondigde boek leest uiteraard) begrijpelijk, tenzij u zelf uit Vaals komt, want dan was u wellicht al eerder een licht opgegaan. Wellicht, zeg ik, want je leert zoiets niet op school. Die noordelijke grensbeek in Nederland heet officieel Selzerbeek, naar Duitse smaak Senserbach, soms zelfs Sinselbach (hou die L-N verschuiving even vast voor uw cursus dialectologie straks) en u mag zich door die naamgeving vooral niet laten misleiden. De auteur gaat u (als dit verhaal straks uitgerijpt is) in deze toeristische handleiding meenemen voor een historisch-taalkundige ontrafeling van liefst algemeen-maatschappelijke betekenis.
Vanaf zijn bron trekt de betrokken beek eerst in een broederlijke omarming op nog net Duits gebied het nu Duitse deel van Vaals (wij distantiëren ons nadrukkelijk van de bekrompen Hollandse grensdefinitie zoals B&W van Vaals die aanhouden) tegen de Nederlands-Vaalser borst: Vaalserquartier. Dan, vanaf het (onwelriekende) punt waar de tramlijn van Maastricht naar Aken ooit onverklaarbaar (nou ja: Euregio lukte toen ook al niet!) aan Nederlandse kant van de grens een voortijdig eindpunt vond, vanaf die plek vormt de beek westwaarts Nederlands noordgrens (jawel hoor!) tot hij de middeleeuwse zorgboerderij in de kuil van Mamelis bereikt, waar nu het duurdere roodbruine rundvlees graast. Daar dus waar ooit de vleespotten Keizer Karels eerste grooteuropese project op gang moesten houden (bronnen over die middeleeuwse zorgfunctie spreken elkaar tegen) en waar nu de paters Benedictijnen hun god tevreden proberen te houden. Met een lege maag en zonder gods zegen was het ook toen al, in keizerstad Aken, slecht regeren.
De Nederlands-Duitse grens slaat daar bij Mamelis dan plots rechtsaf, verlaat de beek noordwaarts, stijl omhoog het Bocholtse plateau op, over de holle Hertogenweg waarover ooit Vijlense mijnwerkers richting Kerkrade togen (en omgekeerd, lang daarvoor, tienduizenden huursoldaten afdaalden onder leiding van Willem van Oranje bij de start van de tachtigjarige bevrijdings(?)oorlog), net dus ten oosten van het huidige Benedictijnenklooster. De Selzerbeek, onderweg (denkelijk ondergronds) eerst bijgevuld door het moedwillig verloren gemaakte Vaalser riviertje Jau (op zijn Hollands: Gau) kronkelt daarna door richting Geul, eigenlijk Jeul, daar bij Partij in het vroegere Graafschap (Jroafschaf) Wittem. (We laten de Orsbacher Pütz, de Zieversbeek,  de Hermansbeek en de Harleserbeek nu even buiten beschouwing.)
Weet u, ze spreken hier onder elkaar en thuis Nederrijns, officieel Ripuarisch, dat doen ze pak weg van Luik tot voorbij Keulen. Kenmerkend voor hun rijke taal is onder meer de G-J verschuiving als in “een joed jebraden jans is een jrote jift van Jod”. Dat nu nog lang niet cultureel als gelijkwaardig erkende verbale erfgoed herkent u vast wel van uw Hollandse weekendverblijven in het Mergelland.
Tijd nu voor onze historisch-taalkundige onthulling, let op. De verschuiving L-N zoals die optreedt in de naamgeving van de Selzerbeek-Senserbach is merkwaardig, staat taalkundig ook nergens te boek en dient genegeerd. (Er is nog wel een V-B verschuiving, maar daarover een andere keer, nog weer een ander toeristisch geschrift.)
De ontrafeling van ons mysterie moet vervolgens in een machtspolitieke richting worden gezocht: wij roepen daartoe om te beginnen de eeuwenlange kolonisatie van dit overmaase gebied in herinnering, aan Nederlandse zijde door Hollandse gereformeerden, aan Duitse door Pruisen, allebei net zo goed sjmiechten, samenspannend in hun vernedering en uitbuiting van de geminachte lokalo’s. Hou dat beeld scherp, dat kleurt alvast het ideologisch klimaat.
Gaan we nu taalkundig even uit van Selzerbaach, de Nederlandse naamsvariant dus, neem dan vervolgens van de auteur aan dat het woord Selzer echt helemaal nergens op slaat **), maar let wel: dat de Vaalsenaren zichzelf Velzer noemen, da vält doch taatzächlich der jrossche (het kwartje, voor de toeristische lezer). Hoop ik toch.
Natuurlijk, nu gaat zelfs de vluchtige toerist een licht op: die gereformeerde kolonisatoren hebben zich dankzij een paar gemene letterverschuivingen talig tot eigenaar gemaakt van de beek die de hele vallei eerst heeft doen ontstaan in dit oeroud kalkplateau (Vallei = Vallis = Vaals): de Velzerbaach, jewis!
Dat Vaalsenaren zich ook deze gereformeerdenstreek destijds hebben laten aanleunen, sterker nog: hem zelf hebben overgenomen en verinnerlijkt, dat tekent maar weer hun onderdanige lijdzaamheid sindsdien. Ze vereren daar nu protestantse textielbaronnen die ooit hun winstmakende boeltje naar Vaals verhuisden, alleen omdat daar de Akense loonafspraken niet golden. Da kriej vur ebe jet wenniejer, wa.
Eer vooral uw onderdrukker en vergeef hem onderdanig al zijn streken. En vergeet ze vervolgens, erger nog.
Onthou dus: Vaalserbeek, Nederlands noordgrens.

**) Eeuwenlang lieten de Velzer hun ureum vrijelijk de beek in lopen, net als de zinkresten van hun textielgeverf. Geen wonder dus als ze verderop, in Oud-Lemiers, hoog opgaven van de huidverzorgende werking. ‘Hemels’ vonden ze daar de beek: ‘Celeste‘ volgens Hans Hermans in ‘ “Wiezer” durch de tsiet‘, jg 2017. Zouden ze echt Latijn hebben gesproken, daar op de vismarkt (?) van Oud-Lemiers?  Klinkt als fake-news, past ook helemaal niet in dit nu hier aangekondigde onthullende verhaal.

Terug naar het publicatie overzicht