Helpt de inzet van ‘kapitaal an de prie’ ook bij een wetenschappelijke loopbaan?

Helpt de inzet van ‘kapitaal an de prie’ ook bij een wetenschappelijke loopbaan?

Traditioneel onderscheidt de sociologie drie soorten kapitaal: uw banktegoed, uw sociale rugdekking door mensen in uw omgeving en uw vertrouwdheid met de ‘hoge’ cultuur: fiscaal, sociaal en cultureel kapitaal dus. In al zijn volkse wijsheid kent de Limburgse taal nog een vierde variant: het kapitaal ‘an de prie’, waarbij de prie staat voor de bilpartij, vaak in ruime zin, zeg maar het uiterlijk. Het is een soort voorwetenschappelijk inzicht van wat academici leerden benoemen als ‘schoonheid’ of meer direct ‘erotisch kapitaal’. Met die vierde variant kan een eventueel tekort bij de andere drie varianten worden gecompenseerd of er kan waarde aan die drie worden toegevoegd. Zoals econoom Hamermesh het kortaf stelt: ‘beauty pays’.
Werkelijk verhandelen kun je deze vierde variant van kapitaal niet, het is persoonsgebonden, fysiek. Wel kun je iemand er deelgenoot van maken, die kan er dan van meegenieten of ermee pronken, het verhoogt dan ook diens status of geluk, eventueel tijdelijk.
U vraagt zich af: waar wil uw auteur in deze hier aangekondigde verhandeling in hemelsnaam naartoe? Hou het er even op, dat het hem gaat om ont-ideologisering, om verruiming van het blikveld en om de afbraak van taboes, u weet wel, die hogere doelen zeg maar van de waarlijk geëngageerde socioloog. Het is wel schuifelen langs het ravijn dit keer, te weten het ravijn van MeToo. Dus zet uw voetjes voorzichtig neer opdat we niet samen uitglijden.
Naar analogie van de sociologische inzichten van Bourdieu rondom cultureel kapitaal geldt ook voor Beauty of Attractiveness, dat wat er precies wordt gewaardeerd en wat juist niet, varieert met bijvoorbeeld de sociale klasse waartoe je behoort of het tijdperk waarin je leeft. Dat geldt overigens voor alle vier kapitaalvarianten. Moet je alles weten van de Rolling Stones of moet het per se Schubert wezen? Is het de inhoud van de boekenkast die hoge waardering afdwingt, die van de cd-verzameling of die van de kleerkast? Steun je op een achterban van leden van je stamtafel of op een complete advocatenfamilie? Is het je bankrekening of je beleende vastgoed? Gaat het om ingebrande versieringen op je blote lijf of om het schilderwerk dat aan je muur hangt?
Minstens zo belangrijk is, onder welke voorwaarden de inzet van deze vierde variant van kapitaal legitiem wordt geacht: loop je met je kapitaal min of meer te koop of bied je het aan ter bezichtiging (extreem voorbeeld: de Dickpic) of hou je het in een soort kluis, verwacht je dat er meteen al op wordt geboden en gereageerd of mag dat pas na een reeks inleidende rituelen? Wil je uitgesproken mutual consent vooraf of is het vanwege opgewekte lust en greed voor de uitruil genoeg ‘zodra het lichaam ja zegt’? U voelt hier vast al de spanning opkomen die zulke vragen omgeeft.
En vervolgens is het de vraag, welk en hoeveel voordeel je ervan kan hebben en welke prijs je ervoor betaalt: collateral damage. En of je op een eventuele uitruil prat gaat, de uitruil juist pijnlijk of vernederend vond of zelfs afgedwongen. En of je er misschien liever niet openlijk voor uitkomt, achteraf.
Nu verwacht u als lezer uiteraard dat uw auteur hier verder uitwijkt naar de betekenis van de vierde kapitaalvariant voor onderwijskansen. Wat dat betreft volstaan we met de constatering, dat beauty inderdaad bevorderlijk is voor succes, waaronder schoolsucces: wie voldoet aan geldende schoonheidscriteria wordt slimmer gevonden, krijgt meer positieve aandacht of hulp, wordt eerder geaccepteerd bij sollicitaties, verdient misschien ook beter, maakt eerder carrière, enzovoort. Anders gezegd: schoonheid (of juist het gebrek daaraan) kan sociale ongelijkheid versterken. De veelgebruikte Duitse woordcombinatie ‘die Reichen und Schönen’ suggereert impliciet dat daartegenover de categorie ‘arm en lelijk’ bestaat en die uitdrukking schijnt dus enige empirische evidentie te hebben. De impact schijnt bij vrouwen overigens aanzienlijk groter te zijn dan bij mannen maar dat kan ook een steekproefkwestie zijn.
Veel actueler daarentegen is de MeToo-vraag, waarop wij hier afkoersen: zijn vrouwen vaker slachtoffer dan mannen wanneer er erotisch kapitaal in het geding is, is daar wel voldoende aandacht voor en zijn er voldoende garanties ingebouwd om traumatische ervaringen te voorkomen? Uw auteur zoekt het antwoord op zulke vragen natuurlijk in de academische context waarin hij zo’n halve eeuw verpoosde. Het wordt een soort gewetensonderzoek achteraf, in dit geval ver buiten de showbusiness en min of meer op publiekelijk aandringen van enkele welbespraakte  MeToo-columnistes.
Probleem is dat een belangrijk deel van dat 50-jarige tijdvak gekenmerkt werd door een enorme liberalisering van de persoonlijke relatiemarkt en zo u wil door de bijbehorende opkomst van echtscheidingsgolven. Sociologen ontdekten het humaan-biologische automatisme van de ‘sequential monogamy’, eventueel volgend op, soms ook gelijk opgaand met wat studenten tegenwoordig ook wel betitelen als ‘de konijnenfase’.
Je moet welhaast stekeblind zijn om in die academische wereld geen gebeurtenissen waar te nemen waarbij kennelijk erotisch kapitaal werd ingezet, vaak ook gerelateerd aan het behalen van successen in de drie andere varianten van kapitaal. Soms met voorbedachten rade, soms ‘in de emotie van het moment’. Cruciaal is, of daar steeds sprake was van ‘mutual consent’ en of daarbij slachtoffers vielen in traumatische zin. Let wel: dat laatste kan ook im Nachhinein het geval zijn: bij het ophalen van herinneringen.
Op zijn laatst op dit punt aangekomen, vreest uw auteur nu al, te zullen vastlopen in de complexiteit van zijn onderzoek. Bovendien: die ‘sequential monogamy’ gaat maar al te vaak gepaard met fasen van groot verdriet, ook bij indirect betrokkenen en dat kan eventuele successen relativeren. Wat door de een geëtiketteerd wordt als toegenomen persoonlijke vrijheid, wordt door anderen als een ware permanente ‘oorlogsdreiging’ in het persoonlijke of huishoudelijke vlak betiteld. Verbijt uw tranen nu nog even en bedenk dat vergelijkbare shit ook optreedt bij de drie andere kapitaalvarianten. Ook daar kan uitruil en investering behalve groot voordeel ook groot onheil aanrichten, vaak ook pas lange tijd later, eventueel juist bij betrokken derden.
Misschien moeten we deze studie daarom heel zakelijk aangaan. Uw auteur wil veiligheidshalve liever niet op de anekdotische toer gaan en valt terug op de hem vertrouwde geanonimiseerde schriftelijke enquête. In dit geval onder oud-collega’s. Daarin kan onze vraagstelling breder, misschien ook neutraler worden ingebed: “VRAAG 1. Geef op een schaal van 1-10 aan, in welke mate u over elk van de hierboven beschreven vier kapitaalvarianten beschikte op het moment dat u in dienst trad. VRAAG 2. Haalt u maximaal acht sleutelmomenten in herinnering waarop u ervoer dat u voor verder loopbaansucces node een bepaalde kapitaalvariant ontbeerde dan wel dankzij de inzet van een van die kapitaalvarianten juist winst wist te boeken. VRAAG 3. Geef voor elk van die sleutelmomenten aan of u die destijds bewust zo hebt ervaren, of u destijds met opzet handelde en of er sprake was van gelijkwaardigheid tussen betrokkenen. VRAAG 4. Geef voor elk van die momenten aan in welke mate die uw succes of geluk duurzaam in de weg hebben gestaan dan wel hebben bevorderd. VRAAG 4. Als het uw succes in de weg zat, hebt u daar dan voldoende verhaal voor kunnen halen en was het betrokken loket institutioneel ingebed en als het wel succes had, hebt u dat succes dan ook met trots naar collega’s uitgedragen? VRAAG 5. Benoem maximaal tien direct of indirect betrokkenen die van elke van de betrokken momenten duurzaam verdriet of geluk ervoeren.”
Nou dreigen we – vreest uw auteur – toch weer het aspect machtsmisbruik en daderschap niet voldoende boven water te halen. Laat staan de noodzaak van heropvoeding-van-machomannen en van het opstellen van een checklist voor mannelijke gedragsvoorwaarden. Misschien vraagt dat om een aangepaste versie van de vragenlijst. Kunt u ermee leven dat we het hele plan voor dit gewetensonderzoek nog maar even laten rusten? Denkt u intussen wel mee over onze vragenlijsten?
feb2022

Terug naar het publicatie overzicht