Overdreven heilsverwachtingen *

Overdreven heilsverwachtingen *

In ‘Overdreven heilsverwachtingen’ herontdekt de auteur bij een van zijn hemelvaarten, zijn zielsverwantschap met Jacob, der Lügner. Die blijkt zich op advies van zijn geestesvader Jurek Becker als vrijwilliger te hebben gemeld voor de inburgering van nieuwe hemelbewoners. Ondanks dat hij slechts een geesteskind is van de auteur, is ook hij tot de hemel toegelaten, zeker ook vanwege zijn overmenselijke dienstbaarheid. ‘Aanpassingsproblemen hebben de nieuwkomers hier voornamelijk, veel meer niet.’
De onvolkomenheden en teleurstellingen die hen hier bij de vleet wachten, tracht Jacob te ondervangen door optimistische nieuwsberichten waarbij hij zich verlaat op zijn eigen fantasie. Die berichten zegt hij dan vervolgens te ontlenen aan een stiekem meegesmokkelde handy, die eigenlijk bij binnenkomst had moeten worden ingeleverd bij het Bureau van Petrus. Vooral Jacobs meldingen over hele heerscharen van engelen die naderen voor een apocalyptisch herstel van de hemelse orde, zijn de nieuwe zielen vaak enige tijd tot troost. Wie er al langer zit, weet wel beter.
De waarheid, zo bekent Jacob fluisterend, is dat de Leiding hier niet eens wifi toelaat. Zelfs als hij werkelijk een handy had, zou dat dus niet baten. Hij overweegt zijn toevlucht te gaan nemen tot nachtelijke ijldromen over engelenbezoek: dat zou zijn tijdingen aannemelijker maken. Helemaal zitten ziet hij dat nog niet: “Je zal toch werkelijk bezoek krijgen van zo’n dwaas die je van je mannelijkheid meent te moeten beroven.
Weet je, de hoop sterft ook hier het laatst’ weet Jacob, ‘die hou ik dus maar zo lang mogelijk levend. Maar eeuwig red ik dat natuurlijk ook niet.
De interviewer hanteert nog eens kort de insulinepen om wat langer bij deze sympathieke romanheld te blijven. In het verhalend verslag van de ontmoeting plant hij straks twee slothoofdstukken, waaruit de lezer dan zelf kan kiezen. Positief aflopen doen ze natuurlijk allebei niet.

Terug naar het publicatie overzicht