‘Vrouwen laten sporen na’

‘Vrouwen laten sporen na’

In ‘Vrouwen laten sporen na’ poogt de auteur te demonstreren – voor de sociologische leek – hoe je oorzaak en gevolg kunt achterhalen met de moderne methodieken der sociologie. Hij wil met zijn overzichtelijk gehouden introductie een eigen bijdrage leveren voor de cursus ‘ burgerschap’  in de permanente educatie. Als voorbeeld neemt hij grote collectieve investeringen met belastinggeld, waarvan je je in gemoede als burger het nut kunt afvragen.  Hoe komt zo’n uitgave vanuit sociologisch perspectief tot stand? Welk soort gedachtenvorming gaat eraan vooraf en welke machtsstructuren zijn zoal in het geding?
Hij pikt er als voorbeeld de Betuwelijn uit, bij sommigen ook wel bekend als de Netelenbosboemel. Vier opeenvolgende ministers wisten deze grootse uitgave uit ons aller zak met veel daadkracht en powerplay door te zetten. Het betrokken budget en de zich herhalende vaste kosten zijn daarmee niet meer beschikbaar voor andere kwesties waaraan je als samenleving ook prioriteit zou kunnen geven.
Twee verklarende variabelen zijn hier voor een statistische toetsing van een eenvoudig verklaringsmodel beschikbaar: de politieke partij waaruit die vier betrokken ministers afkomstig waren (A) en uiteraard hun geslacht (B). De eerste variabele blijkt bij nader inzien voor de toetsing niet geschikt: alle waren immers lid van een andere partij en daardoor verklaart zulke variatie (A) dus statistisch helemaal niks. De tweede variabele daarentegen varieert juist helemaal niet: het waren allemaal vrouwen. Deze verklarende factor (B) differentieert dus juist weer niet genoeg om er statistiek op los te laten. Kortom: hier kan de moderne sociologie helaas niets zinvols bijdragen, althans niet met statistische zekerheid.
De auteur geeft vervolgens als werkopdracht mee, om de analyse te herhalen voor de later aangelegde hogesnelheidslijn. Zou het daar de cursisten wel lukken?
In een volgend deeltje van zijn methodenopleiding ‘burgerschap’ zal de auteur ingaan op het opmerkelijke fenomeen dat het vooral mannen waren die de plannen realiseerden. Wat die mannen daaraan overhielden op hun bankrekeningen, dat varieerde sterk. Welke verklaring biedt de sociologie hiervoor, voor die ongelijke beloning? Wie eraan toekomt, mag dan nog een stap verder: hoe verklaar je waaròm die verschillend beloonde mannen alle hun medewerking gaven? Welke rol speelde het fenomeen onderdanigheid en welke het fenomeen dienstbaarheid?
De auteur overweegt bovendien om als extraatje toe te voegen de vraag, in welk type samenleving het verkwanselen van belastinggelden persoonlijk strafbaar wordt gesteld. Bevriende politici ontraden hem die laatste uitweiding: ‘Dat krijg jij niet verkocht.

Terug naar het publicatie overzicht