‘Wittemse plundertochten’

‘Wittemse plundertochten’

Het geschiedboek ‘Wittemse plundertochten’ laat best nog even op zich wachten, als het al zover komt (bawwer wie nit zeggen ze in Vaals). Centraal thema: de herhaaldelijke inval van de Oranjes met hun troepen tussen Lemiers en Mamelis, nu terug gerukt in de lokale collective memory en vervolgens in perspectief gebracht met de ook vandaag voortlevende zuidelijke ambivalenties richting Den Haag. De mateloze plundering van het Land van Herzogenrade leidde in 1568 de status in van wingewest en van ‘staats gebied’. Een lokale pastoor beklaagt zijn kudde vanwege het hemeltergend geweld. ‘Men sal noyt historie schrijven noch daer en sijn soo langen als de werelt gestaen heeft boecken uitgegaen noch martelaren sijn, die geleden hebben sulcke tyrannie …’   De toen nog katholieke Pauluskerk van Vaals waarin de parochianen hun have en goed in veiligheid waanden (ze waren niet rijk genoeg om het naar de vrije stad Aken te verslepen), wordt door Willem van Oranje gebrandschat.
Dit geschiedboek wordt daarmee een must voor wie Benjamin Kaplan’s “Cunegondes ontvoering” (2014; zeer warm aanbevolen, vooral aan van huis uit gereformeerden) nog beter wil doorgronden dan Kaplan zelf. Misschien gloort er dan ook meer meer begrip voor de Vaalser pastoor Bosten en zijn Mechelse broertje, de kapelaan, destijds (rond 1762) in hun toen nog grensoverschrijdende Vaalser Paulusparochie. Voor genoegdoening is het nu al eeuwen te laat, na de jarenlange opsluiting van de Vaalser pastoor op gereformeerd-Hollands gezag in het voormalige Maastrichtse gemeentehuis.
Een diepgravende en inzichtelijke ‘local-historical study‘ moet dit boek dus worden, die de voorafschaduwing beschrijft van het nog eeuwen voortziekende Haagse argwaan richting de ingelijfde katholieke wingewesten – en vooral ook omgekeerd. En op zijn beurt ook voor de almaar uitblijvende volwassenwording van de katholieke bestuurselite in het zuiden (jawel hoor: Joep Dohmens ‘Vriendenrepubliek‘). “Sjtäkke en jewähre mit ene wieskwaas draa, heiderietsjoemdeej” (Vaalser carnevalsliedje).

Het boek laat zo mogelijk nog langer op zich wachten na een voordracht van Lei Heijenrath (Neerlandicus) in de Kerkraadse bibliotheek in november 2018: liefst de complete gereformeerde versie van de start van de tachtigjarige oorlog trekt hij ernstig in twijfel. Niet ‘het slagje’ bij Heiligerlee in 1568, waar Willem dan wel zijn broer Adolf verloor, maar waar nauwelijks werd gevochten, was de start, nee: de start was later dat jaar de invasie bij Mamelis. Vijfentwintigduizend vreemde huursoldaten, velen te paard, trokken daar de grens over vanuit Orsbach (bij uw weekendvakantie richting Vaals ligt dat links boven op de Sneeuwberg, vlak voorbij het Benedictijnerklooster). Ze daalden zowat over de Hertogstraat de berg af, doorkruisten in Mamelis de Selzerbeek, marcheerden daarna westwaarts richting Wittem. Hun Nassause aanvoerder Willem van Oranje – zojuist veroordeeld door de Raad van Beroerten, beroofd van zijn bezittingen in de Nederlanden, zijn zoon ontvoerd naar Spanje – had net een boel losgeld afgedwongen van de Vrije Rijksstad Aken, waar notabelen uit de omgeving hun have en goed zoveel mogelijk in veiligheid hadden gebracht. Nu zou hij eerst Maastricht innemen, dan Brussel en het zou – weten we nu – allemaal niet eindigen voor het slot van de dertigjarige oorlog, de opheffing eigenlijk van das Heilige Römische Reich deutscher Nation. Willem verbleef voorlopig wekenlang in het kasteel van Wittem, wachtend op een uitval van Alva die op ziijn beurt ten westen van Maastricht de rust zelve bleef. Willems troepen hongerden intussen op de Gulpener berg en mochten vrijelijk plunderen in deze ‘Spaanse landen van Overmaas’; naast Vaals waren ook Heerlen, Kerkrade en Eijsden-Margraten de klos. Via Obbicht sloop dat huurleger uiteindelijk bij laagstaande Maas naar de Belgische kant van Maastricht (vast niet in één nacht zoals de boekjes melden, dat redt je zelfs met een E-bike niet). Alva wachtte verder rustig af tot Willem een hausgemachte opstand beleefde van zijn eigen onderbetaalde huurleger. Snel dropen ze plunderend af richting Willems Franse Orange (ze slaagden er niet in, de Maas terug over te steken) en lieten een berooid en verkracht Zuid-Limburgs volk achter. En dat was dan nog maar het begin van wat in dit wingewest beslist niet als een tachtigjarige bevrijdingsoorlog is ervaren.

We zullen straks warempel een hele Limburgse verdieping moeten claimen, mocht dat Nationaal Historisch (Rijks)Museum er ooit van komen, willen we ook onze platpratende voorouders daar een waardig plekje gunnen. Doen we dan ook nog wat met de heiligverklaring van Balthazar G.? Eerst kijken of zijn botten er nog liggen in de Dom van Keulen.

Terug naar het publicatie overzicht